Wijziging berekenen pensioentekort april 2003
Op 8 april 2003 heeft de staatssecretaris van Financiën een brief gestuurd aan
de Tweede Kamer met betrekking tot de opgave van de factor A. De factor A is
nodig om te berekenen of sprake is van een pensioentekort, met als doel dat een
belastingplichtige in aanmerking kan komen voor lijfrentepremieaftrek op grond
van de jaarruimte.
Vorig jaar is hierover een amendement ingediend.In dit amendement werd
voorgesteld om een eventueel pensioentekort niet meer te toetsen aan de
pensioenaangroei (factor A) in het jaar waarin de aftrek van lijfrentepremie is
gewenst (jaar t), maar om een eventueel pensioentekort te toetsen aan de factor
A in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aftrek van
lijfrentepremie is gewenst (jaar t-1).
Hierdoor zouden pensioenuitvoerders reeds in het relevante belastingjaar aan de
belastingplichtige een opgave van de factor A kunnen doen. Inmiddels is het
amendement Van Vroonhoven-Kok per 1 januari 2003 in de Wet IB 2001 opgenomen.
De staatssecretaris van Financiën merkt op dat het voor de belastingplichtige
nog meer tijdwinst zou opleveren wanneer de inkomensgegevens van het jaar t-1
worden gebruikt. Dan hoeven belastingplichtigen namelijk niet meer de opgave
van hun inkomen af te wachten.
Op grond van het voorgaande is de staatssecretaris, in overleg met het
verzekeraars en pensioenfondsen tot het volgende voorstel gekomen.
Voor alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek
vanwege een pensioentekort, wordt uitgegaan van het kalenderjaar t-1. Dit geldt
voor de factor A, de dotatie aan de FOR en voor de inkomensgegevens.
De factor A moet door de pensioenverzekeraar binnen 10 maanden in het
kalenderjaar waarop de premieaftrek betrekking heeft aan de belastingplichtige
worden verstrekt.
Een belastingplichtige kan de premies voor lijfrenten die binnen 3 maanden na
afloop van het kalenderjaar zijn betaald of verrekend, bij de aangifte
aanmerken als premies die zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar.
Om dit te kunnen realiseren moet de Wet IB2001 worden aangepast. Vooruitlopend
hierop zal de staatssecretaris zo snel mogelijk een goedkeuringsbesluit
publiceren waarin wordt goedgekeurd dat voor het kalenderjaar 2003 belastingplichtigen
bij de berekening van de jaarruimte uit mogen gaan van de inkomensgegevens van
het jaar 2002. Dit betekent dat wat betreft de inkomensgegevens voor het
kalenderjaar 2003 een eenmalig keuzeregime ontstaat: belastingplichtigen mogen
kiezen of zij voor de inkomensgegevens aansluiten bij het kalenderjaar 2002 of
2003. Voor het jaar 2003 wordt, bij wijze van overgangsregeling, een
terugwenteltermijn van 6 maanden gehanteerd. Daarna zal dus een
terugwenteltermijn van drie maanden gaan gelden.
Voor meer informatie over lijfrente adviseren wij u de site:
pensioen aanbiedingen te bezoeken. Zelf pensioen regelen
Met een lijfrente kan een normaal pensioen worden opgebouwd,
indien dat niet bij de werkgever gebeurt.
Ook is het voor een zelfstandig ondernemer de enige manier om pensioen op te
bouwen.
Voor lijfrente gelden drie basisprincipes:
- De premie is fiscaal aftrekbaar;
- De uitkering is belast;
- Het is een privé-regeling, de werkgever heeft er niets mee van doen.
Lijfrenten worden ook gesloten als aanvulling op andere ouderdomsvoorzieningen.
De uitkering kan gebruikt worden voor de financiering van bijvoorbeeld een
VUT-regeling en het helen van pensioenbreuken.
Er zijn beperkingen met betrekking tot de hoogte van de lijfrente aftrek die
men kan genieten.
Uitgegeven: 15 juli 2004 10:17
Laatst gewijzigd:
15 juli 2004 11:31
VOORBURG - De koopkracht van huishoudens is vorig jaar voor
het eerst in tien jaar gedaald en wel met 1,3 procent. Het inkomen
nam in 2003 wel met 0,8 procent toe, maar dat was niet genoeg om de
inflatie te compenseren. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag heeft gepubliceerd.
De lonen en uitkeringen gingen in 2003 wel omhoog, maar mensen
moesten veel meer betalen aan sociale premies en pensioenpremie.
Ook daalde het inkomen uit vermogen fors. Een andere oorzaak voor
het teruglopen van de koopkracht is dat door de teruglopende
economie minder mensen een baan hadden en meer mensen werkloos
waren, aldus onderzoeker M. Vergeer.
Belangrijke peiler
Volgens de CBS-onderzoeker is het moeilijk een verwachting uit
te spreken voor de ontwikkeling van de koopkracht dit jaar. Hij
geeft wel aan dat de ontwikkeling van de lonen een belangrijke
peiler is. "De loonstijging is lager dan een jaar geleden en de
werkloosheid is hoger."
Consumenten gaven in 2003 0,9 procent minder uit. Zij spaarden
wel veel meer. Eind 2003 had een huishouden gemiddeld 26.600 euro
aan spaargeld, tegen 24.100 euro in 2002. Mensen konden hun
uitgaven betalen uit hun beschikbare inkomen.
Schulden
Tegelijkertijd namen de totale schulden van huishoudens in 2003
toe met 45 miljard tot 490 miljard euro. Die totale schuld is nu
voor het eerst groter dan het bruto binnenland product (bbp), het
totaal van geproduceerde goederen en diensten.
Verreweg het
grootste deel daarvan (407 miljard euro) is uitstaande
hypotheekschuld. Die leningen zijn de afgelopen tien jaar met
gemiddeld 12,5 procent per jaar toegenomen.